suikerplantage Roozenburg aan de Commewijnerivier

volksnaam "sandiki" = van Sandick
rechteroever in het afvaren
volgorde: Arentrust, Siparipabo, Penoribo, Roosenburg, Berlijn, de Goudmijn

Plantage Roozenburg op een ongedateerde overzichtkaart in het archief van de Dienst der Domeinen.

Chronologie

1715 - Andries de Haan (kaart Walraven 1715)

Andries de Haan was in 1695 al in Suriname. In dat jaar meldde hij zich als lidmaat van de kerk in de divisie beneden-Commewijne:
"... Andries de Haan geboortigh van Middelborgh en de Susanna Roseus geboortigh van Wateringh bij S' Gravenhage sijne huijsvrouw ..."
Maar mogelijk was De Haan al veel eerder in de kolonie gearriveerd. De naam Andries de Haan wordt al genoemd in een brief van gouverneur Heinsius dato mei 1679.
De Haan is vermoedelijk de aanlegger van de plantage. Hij noemde deze "Roozenburg", naar zijn vrouw.
Het echtpaar heeft weinig sporen nagelaten in de archieven. Kinderen hebben zij niet gehad. Af en toe traden zij op als getuigen bij doop of huwelijk, voor het laatst in 1710.

1732 - Jan van Sandick (meetkaart Lavaux, 1732)

Jan van Sandick arriveerde in 1721 in de kolonie. Hij was overigens niet de eerste Van Sandick die naar Suriname ging. Zeker 4 familieleden waren hem voorgegaan en hadden aanzienlijke belangen in Suriname opgebouwd.
Jan huwde in 1725 met Marie Droilhet. Uit dit huwelijk zijn twee kinderen bekend, Benine Marie (1726) en Jean Alexander (1727).
In 1742 was hij raadsheer van het Hof van Politie en Criminele justitie. In 1743 repatrieerde hij naar nederland, althans, in dat jaar gaf de dominee een attestatie af die men gewoonlijk meegaf aan personen die zich in een andere kerkgemeente gingen vestigen. Hij vertrok met het schip "Beekvliet" onder schipper Pieter Kok. De passagiersnotitie vermeldt: "... ex-raad van politie, met vrouw en zijn negers Krispijn en Samson en zijn negerinnen Annette en Angelika ..." De kinderen waren al eerder vertrokken.

Het is schrijver dezes niet bekend wanneer Van Sandick de plantage Roozenburg heeft verworven; in ieder geval vóór 1732. Van Sandick moderniseerde de plantage (geg. Gert Oostindie). Tot 1733 was op de plantage een beestenmolen geïnstalleerd, en een apart kookhuis met "enkele" batterij van 5 ketels. Van Sandick liet omstreeks 1733 een waterwerk installeren, dat meer maalkracht had, en waarmee dus een grotere productie kon worden bereikt. Het kookhuis was samen met de molen in 1 groot gebouw ondergebracht. Aanvankelijk was er sprake van een enkele batterij met 6 ketels, later werd een dubbele batterij geïnstalleerd. In die jaren produceerde de plantage ongeveer 90 ton suiker per jaar, oftewel 200 oxhoofden.

Rozenburg in 1732. Meetkaart van de 2e concessie door landmeter Alexander de Lavaux.

"... Door ordre van sijn Excellentie de Heer Marquis De Cheusses Gouverneur Generaal deser Provintie Collonel der Troupen &&& aangenoomen sijnde door de heer Raadt Jan van Sandick om de plantage Rosenburg te meeten volgens aanwijssing van oude posten door de heer Schatz en messieur Levin Berlin en Jan Hofmann Directeur van Penoribo, verklaare sulx gedaan te hebben en bevonden dat de eerste stuk land A.B.C.D.E. seven hondert en dertig akkers begrijpt en dat er oostelijk nog een stuk / B.F.G.C. / toebehoort van drie hondert ses en veertig akkers 7 kettingen als de bovenstaande figuuren uijtwijsen, gead......bij malkanden monteert te samen 1082 akkers 7 kettingen.
Paramaribo den 5 meij 1732
De Lavaux ..."

Detail van de kaart van Lavaux, met daarop de bebouwing van de plantage. Het gebouw rechts is ongetwijfeld de watermolen.

In de periode 1733 - 1856 is er niet veel meer gedaan aan modernisering. De plantage is nooit omgeschakeld op stoom.

1737 - erven Bernardeau (kaart De Lavaux 1737)

De plantage was 1057 akkers groot. Ook de plantage Mawacabo aan de Para behoorde aan de erven Bernardeau. Overigens had diezelfde landmeter De Lavaux op een meetkaart uit 1732 aangegeven, dat Jan van Sandijck de eigenaar van de plantage was. Waarschijnlijk is de naam Bernardeau een abuis.

1770 - J. A. van Sandick (kaart Lavaux 1770)

De 5e editie van de z.g. "kaart van Lavaux" uit 1770 is uiterst onbetrouwbaar. De kaarttekenaars in Nederland kregen geen actuele gegevens uit Suriname toegespeeld, en moesten zich behelpen met volledig achterhaalde informatie. Zo ook in het geval van plantage Roozenburg. Jan Alexander van Sandick was al zeven jaren dood en begraven, maar wordt op de kaart nog in levende lijve gepresenteerd als de plantage-eigenaar.

Jan Alexander van Sandick (1727-1763) was de zoon van Jan van Sandick. Hij was in Suriname geboren, maar is door zijn vader al snel naar Nederland gezonden waar hij de rest van zijn leven heeft doorgebracht. Hij bracht het tot gedeputeerde ter vergadering van heren Staten-Generaal der Verenigde Nederlanden voor de provincie Friesland, en bewindhebber van de geoctroyeerde West-Indische Compagnie ter kamer Amsterdam. Hij was eigenaar van de plantages Roozenburg aan de Commewijne, en La Paix en Mon Bijoux aan de Cotticarivier. Voorts was hij deeleigenaar van de plantages Va Comme Je Te Pousse, en Nouvelle Esperance aan de Cottica, en Esperance, aan de Parakreek. Hij overleed in 1763, en het bericht van zijn overlijden werd door zijn zaakwaarnemers afgeroepen in de kerk te Paramaribo:

"... 1763-november 23 Debet Steenberck & Saffin — A doodgravers Emolum: voort bekentmaken van de overleede van J: A: van Sandick f 9,- ..."

Jean Alexander van Sandick was in 1758 gehuwd met Aemilie Henrietta Wilhelmina van Haren. Blijkens zijn testament uit 1758 (http://www.vansandick.com/familie/archief/q.htm) erfde zij zijn bezit, tezamen met haar zoon Onno Zwier van Sandick (1759-1822), en tezamen met P.A. du Peyrou.

Jan Alexander van Sandick (1727-1763). Foto familiearchief Van Sandick.

1793 - erven Sandijk (almanak 1793)

De directeur op de plantage was J.J.A. Voigt ; de administratie werd gevoerd door Jan Rocheteau (almanak 1793).

1821 - erv. J. A. van Sandick (almanak 1821)

De plantage was 1087 akkers groot. De directeur was nog steeds J.J.A. Voigt ; de administratie was in handen van de heren F. Taunay, E.G. Veldwijk, en J.J.A. Voigt.

1838 - plantagegezicht door Brockman

Gezicht op de plantage Roozenburg, A.L. Brockman, 1838.

Centraal in het midden van de tekening is de suikerfabriek. De afmeting van dit gebouw was ongeveer 18 bij 36 meter, inclusief de galerijen.
De westzijde (links op de afbeelding) was het kookhuis. De twee batterijen waren tegen de westelijke kopgevel gebouwd, met een centrale stookplaats voor beide, en schoorstenen aan beide einden. Dit betekent, dat de inneemketels aan beide einden waren gesitueerd, en de twee testen in het midden.
Het kookhuis was altijd aan de lijzijde gesitueerd, zodat de hitte van het kookproces meteen naar buiten werd afgevoerd, en de rookgassen eveneens.
Toch werpt de tekening wel enige vragen op. Een dubbele batterij met 2 citsers is al gauw zo'n 23 meter lang. Het is niet duidelijk, hoe dit in overeenstemming is te brengen met een gebouwbreedte van 18 meter.
De barbakot was waarschijnlijk geplaatst in het midden van het gebouw, tussen het kookhuis en de molen.
De watermolen was aan de oostkant van het gebouw, dus op de wind. Om stuivend water tegen te gaan, was daar een lage galerij aangebracht.

1843 - Louis Bienfait & Zn qq ; O.Z. van Sandick ; jonkh. A v.d. Sandheuvel

(almanak 1843)

J.T. Kannegieter was de directeur. J.L.V. Karsseboom en C. Barends voerden de administratie. Roozenburg was een middelgrote suikerplantage met 139 slaven.

1856 - brand

In 1856 brandde de suikerfabriek tot de grond toe af, en is nooit meer opgebouwd. Nog een aantal jaren werd het riet verwerkt op de buurplantage Goudmijn. (geg. Gert Oostindie)

1863 - emancipatie

De eigenaren waren de Erven J.A. van Sandick en verbonden aan het fonds van Negociatie onder Directie van de heren Louis Bienfait en Soon (Amsterdam); de tegemoetkoming bedroeg f 30.300,- en F 600,- voor een slavenmacht van 170 personen.
De bekende Surinaamse familienamen Darson en Francis origineren van Roozenburg.
de eigenaren in detail :
Henriette Engelina Feyth, douariere Onno Zwier van Sandick
Onno Zwier van Sandick
Amelia van Sandick
Henrietta van Sandick
Charles Guillaume Louis Rhijnvis van Sandick
Octavius Hilius (?) van Sandick
Anna van Sandick
Johan Christiaan Frederik van Sandick
Ockje van Sandick
gezamelijk 7/8 aandeel
jhr Adriaan van der Santheuvel voor 1/8 aandeel

Vlak na de emancipatie werd de plantage verhuurd aan Goudmijn. In 1870 werd de plantage verkocht aan de eigenaren van Goudmijn, maar werd enkele jaren nadien verlaten. (geg. Gert Oostindie)

2004 -

De plantage is geheel bedekt met bos.

Op de plantage zijn nog de restanten van 1 loossluis, en 2 grote kappa's. Van de suikerfabriek is geen spoor over.

top ^

Bronnen

top ^

boeken en artikelen

1.1 - Gert Oostindie, Roosenburg en Mon Bijou, twee surinaamse plantages, 1720 - 1870,
uitgave 1989

top ^

internet-databases

2.1 - Philip Dikland — oud archief der burgerlijke stand in Suriname

2.2 - Heinrich Helstone, Okko ten Hove e.a. - database emancipatieregisters 1863

2.3 - Maurits Hassankhan — database hindustaanse en javaanse immigratie

top ^

inventarisaties:

1759 - ARA NOT inv. no. 206 p. 628

1037 akkers, suiker, 218 slaven, watermolen

eigenaar: Johan Alexander van Sandick, gedeputeerde ter vergadering van heren Staten-Generaal der Verenigde Nederlanden voor de provincie Friesland, en bewindhebber van de geoctroijeerde West Indische Compagnie ter kamer Amsterdam.

1762 - ARA NOT inv. no. 211 p. 781

1057 akkers, suiker, 221 slaven, watermolen

eigenaar: Johan Alexander van Sandick, gedeputeerde ter vergadering van heren Staten-Generaal der Verenigde Nederlanden voor de provincie Friesland, en bewindhebber van de geoctroijeerde West Indische Compagnie ter kamer Amsterdam.

1764 - ARA NOT inv. no. 217 p. 145

1057 akkers, suiker, 205 slaven, watermolen, NF 203.242,-

eigenaar / erflater: Johan Alexander van Sandick

top ^

archief Dienst der Domeinen

1732 - meetcertificaat Alexander de Lavaux

Door ordre van sijn Excellentie de Heer Marquis De Cheusses Gouverneur Generaal deser Provintie Collonel der Troupen &&& aangenoomen sijnde door de heer Raadt Jan van Sandick om de plantage Rosenburg te meeten volgens aanwijssing van oude posten door de heer Schatz en messieur Levin Berlin en Jan Hofmann Directeur van Penoribo, verklaare sulx gedaan te hebben en bevonden dat de eerste stuk land A.B.C.D.E. seven hondert en dertig akkers begrijpt en dat er oostelijk nog een stuk / B.F.G.C. / toebehoort van drie hondert ses en veertig akkers 7 kettingen als de bovenstaande figuuren uijtwijsen, gead......bij malkanden monteert te samen 1082 akkers 7 kettingen.
Paramaribo den 5 meij 1732
De Lavaux

top ^

gegevens familie van Sandick

Hieronder volgen in chonologische volgorde alle aantekeningen in de Surinaamse kerkboeken over de familie van Sandick uit Wijk bij Duurstede. Naar Suriname kwamen de volgende familieleden:
Alarda Hugonia gehuwd met Johan Meunix
Gerbrand gehuwd met Judith Brethon
Agatha gehuwd met Gerard de Vree
Nicolaas gehuwd met Anna Henrietta Neale
Gerbrand gehuwd met Johanna van der Meulen
Jan gehuwd met Marie Drouilhet

1700 den 7 maart volgens attestatie geproclameert, de achtbaar heer Johan Meunicx geboortigh van Middelburgh in Zeelandt wedr: van wijlen mevrouw anna Elisabeth Meunicx raadt a politie alhier woonende onder dese boven divisie van Commewijne, met juffr: Alarda Hugonia van Sandick J:D: van Wijk te Duurstede in de proventie van Uijtrecht, en de 25 maart door mij [Cornelis Wachtendorp] in huijs getrout, testes Pieter Hendrickse en de heer Sandick

1700 den 8 mei in heuwelijxe ondertrouw opgenomen Gerbrand van Sandijck J:M: geboortig van Wijck te duijrsstede in de proventie van Uijtrecht, met Judith Britton J:D: van Bergerac in de proventie van Guenne in Vranckerijck, beijde woonende aen Paramaribo, den 25 maij 's sond: savonts getrout ten huijse van de bruijdegom ter presentie van vele getuijgen door C: Nucella

1701 27 ditto gedoopt het zoontje van Gerrit(?) van Sandijck en Judith Britton echte lieden aen Paramaribo gebooren vrijdagh den 25 deses snachts tusschen drie en 4 uijren, is Jan genaemt, tot mede ouders hebbende Lodewijck van Sandijck M: D: tot Weesp en Abigail .........wed van Jan van Sandijck woonende te Wijck bij Duirstede, in welcke plaetse hier gestaen heeft Joseph Britton in ... en de Wed: Agatha(?) Houtkooper woonende aen 't Fort

1702 maart 12 gedoopt het soontje van Gerbrand van Sandyk en Judith Breton echte lieden genaamd Gerbrand, gebooren aan Paramaribo ses en twintig dagen naa de doot van de vader te weten sondag den 5 maart snagt omtrent 1 uur, tot getuijgen hebbende heer Joan Meunikx raad van Politie deser colonie en Fiscaal provisioneel en desselfs huijsvrouw Alarda Hillegonda van Sandyk. C: Nucella

1708 augustus 30 ondertrouwt Gerard de Vree wednr: van Emilia Regina Broun wonagtig in de beneeden Commewijne, met Abigael Agetha van Sandyk J:D: geb: van Wijk bij Duursteede in de provintie van Utrecht meede in de voorsz: divisie wonagtig, den 9 d: in mijn huijs bevestigt ten overstaan van getuijgen — B: Moda

1708 september 16 Nicolaas van Sandyk met belijdenisse..." (lidm. Reg. Paramaribo)

1710 september 19 ondertrouwt Nicolaas van Sandyk J:M: geb: van wijk te Duursteede, met Anna Henrietta Neale J:D: geb: in de boven divisie van Commewijne, den 5 oktober bevestigt — D: J: Engel

1711 augustus 30 gedoopt het dogtertje van Nicolaas van Sandyk en Henrietta Neal, genaamt Agnis Anne geboren den 28 d:. Peter en meter Paul Amsinq en sijn huijsvrouw Anna Verboom. D: J: Engel

1716 maart 8 gedoopt van Nicolaas van Sandyk en Anna Henriette Neale genaamt Geertruy Jacoba geboren den 28 februari. Getuijgen Elias Chaine en Geertruy van Vhelen sijn huijsvrouw. Abm: Egid Engel

1720 xber 29 Gerbrand van Sandyk met Attestatie (lidm. reg. Paramaribo)

1721 9ber 13 Jan van Sandyk met Attestatie van St.Hagen dato 23 julij 1723 Attestatie gegeven den 9 maij 1743 Pierre Yver V. D. M. (lidm. Reg. Paramaribo)

1723 xber .. Gerbrand van Sandyk. (lidm. reg. beneden-Commewijne)

1725 april 20 jai fiancé Jean van Sandyk J: H: né a Parambo: & Marie Drouilhet J: F: née a Parambo:, le 9 Mai Jai beni leur mariage — David Estor

1726 octobre 28 jai baptisé L'Enfant de Jean van Sandyk et de Marie Droilhet né le 7 de la meme année, en pleine assemblée a été presenté par Benine Walraven et Jean van Sandyk le pere a la place de Gerbrand van Sandyk le frere, et a été appellé Benine Marie

1727-05-07 Gerbrand van Sandijck a d' kerk van perika voor uw trouwe buijten d' kerk f 50,-

1727 meij 7 in den huwelijken staat bevestigt door D: M: Heidanus, de heer Gerbrand van Sandijk met mejuff: Johana van der Meulen

1727-05-07 d' hr: Gerbrand van Lansijl (Sandijk?) voor zijn trouwen buijten de kerk f50,-

1727 octobre 26 jai baptisé l'enfant de mr: Jean van Sandyk Conseiller de Police et de Criminelle Justice et de Marie Drouilhet, né le 8 oktober de la sus ditte année, a été presenté au bapteme par Anne Henriette Neale femme de Nicolas van Sandyck receveur general de cette province et par Alexandre Drouilhet, et a été appellé Jean Alexander. D: Estor

1728-03-28 A d Heer Gerbrand van Sandick f 50,-

1730-06-04 d' huijsvr: van d' hr N: van Sandijk den 4 juni f 50,-

1730-10-22 d' hr Nicolaas van Sandick den 22 Octber f 50,-

1731-07-28 d' heer Gerbrand van Sandick f 50,-

1731-07-27 Hier legt Begraven De Heer Gerbrand van Sandick In Syn Ed. Leeven Raedt In Den Ed. Hove Van Civiele Justitie deeser Collonie Suriname Obiit Den 27 Jully 1731 Oudt zynde 29 jaaren 4 maenden en 22 daagen (met wapen) (OOT)

1737-06-13 Gerbrand van Sandick Gebooren den 13 Januari 1731 Gestorven den 13 Juny 1737 ..." (met wapen) (OOT)

1763-november 23 Debet Steenberck & Saffin — A doodgravers Emolum: voort bekentmaken van de overleede van J: A: van Sandick f 9,-

Veel meer informatie over de familie Van Sandick is beschikbaar op de familiesite www.vansandick.com
top ^
login
Zoek in deze site:
Selecteer plantage: