Gesloten

Deze bank werd in 1841 opgericht. Het startkapitaal kwam voor een groot deel van investeerders met directe belangen in de slavernij in Suriname.

De Nederlandsche Bank

Een van deze investeerders was Johanna Borski, met een geïnvesteerd kapitaal van ruim twee miljoen guldens. Twee andere investeerders waren geboren in Suriname als kinderen van plantage-eigenaren. Ook een groot aantal van de bestuurders van DNB waren direct of indirect betrokken bij de slavernij en hadden zich verenigd om de belangen van de eigenaren van de tot slaaf gemaakten te behartigen. Zo’n bestuurder was J.H. Insinger, die ook directeur was van plantage Zeezigt. DNB keerde zes van de negen miljoen guldens uit die in totaal als compensatie in 1863 werd betaald aan de eigenaren van de tot slaaf gemaakten. J.H. Insinger, ontving als firmant van Insinger & Co een bedrag van f.255.000, -. De President van DNB bood op 1 juli 2022 excuses aan voor de betrokkenheid van de Bank bij de slavernij. In een poging om het leed van de nazaten enigszins te verzachten heeft de Bank een Fonds opgericht van 10 miljoen euro om projecten te ondersteunen die de doorwerking van het slavernijverleden moeten helpen verminderen.