Gesloten

Tegenover het Presidentieel paleis staat het Hoekhuis. Het perceel met huis werd in 1712 bewoond door Jacob Lemmers. Gouverneur Jan Mauritius gaf in 1748 het perceel in eigendom aan Carl Strube die er een groot woonhuis liet bouwen.

Hoekhuis en Dixiebar a  Hoekhuis en Dixiebar b

Achtereenvolgens is het huis aan verschillende hoge ambtenaren waaronder gouverneurs doorverkocht. In 1821 verwoestte een brand het pand, maar de toenmalig eigenaar A.F Lammens liet het herbouwen op de oude fundamenten met het balkon naar de waterkant. In 1891 kochten goudhandelaren, de gebroeders Barnet, het gebouw en lieten de eerste telefoonlijn aanleggen. In 1916 werd de Surinaamse Bauxietmaatschappij, de latere Suralco, de eigenaar. Verschillende directeuren van de Suralco hebben in het huis gewoond. Sinds 1983 is het niet meer bewoond, maar wordt het Hoekhuis gebruikt voor recepties en ontvangst van gasten. Het Hoekhuis staat op de Werelderfgoedlijst van de Unesco. Naast het Hoekhuis met de voorgevel naar het plein staat een klein gebouw, Dixiebar. Mogelijk was dit gebouw in de vroege 18de eeuw een huis voor tot slaaf gemaakten op het erf van het grote huis. Na de brand van 1821 werd het huisje herbouwd en was het een bar waar zeelieden van de aangemeerde schepen zich tegoed deden aan bier en jenever. Vanaf 1873 verwisselden gebouw en perceel van verschillende eigenaren waarbij de bovenverdieping diende als woning en op de benedenverdieping tijdelijk ijs werd verkocht. De beneden-verdieping werd later verbouwd tot kroeg. In 1971 kocht de Suralco het bijgebouw en hoort het sindsdien bij het Hoekhuis. De naam Dixie Bar is vanwege de soort muziek die er gespeeld werd.