Gesloten

Op 25 november 1975 nam Premier Henck Arron namens de inwoners het gebied dat ten noorden grenst aan de Atlantische Oceaan,

Ondertekening onafhankelijksverklaring Henck Arron

ten oosten aan Frans-Guyana, ten zuiden aan Brazilië en ten westen aan Guyana, over van de voormalige kolonisator. Dit gebied heet Republiek Suriname. De Republiek heeft dan een lange en moeizame weg afgelegd om haar onafhankelijkheid (zelfstandigheid) te verkrijgen. Het begon al bij de verovering in 1667 door Abraham Crijnssen met de onderdrukking en het uitmoorden van Inheemsen wier vrijheid werd ontnomen. Zij koesterden hun manier van leven en wilden deze voor geen prijs opgeven.

List & Bedrog
Met de trans-Atlantische handel in mensen uit Afrika die op onmenselijke manier van hun identiteit werden ontdaan en gedwongen om onbetaalde arbeid te verrichten, ging de slavernij in Suriname start. Vervolgens kwamen de Boeroes, Chinezen en daarna de contractarbeiders - Hindoestanen en Javanen - die de productie moesten voortzetten. Kortom, alle voornoemde groepen zijn in meer of mindere mate met list en bedrog het land binnengehaald. Het bestuur van de kolonie was tussen 1683 en 1795 in handen van de WIC (West Indische Compagnie) en was gevestigd in Amsterdam. 25 november 1975 was voor velen dan ook een emotionele dag, ook omdat het nieuwe begrip ‘Srefidensi’ en de zin ‘Hoe wij hier ook samen kwamen’ uit ons volkslied toen pas echt betekenis kregen. De Republiek Suriname is zelfstandig en voor haar ontwikkeling zijn alle Surinamers zélf en samen verantwoordelijk.

De slavernij
De geschiedenis van Suriname is beslist niet over rozen gegaan. Met name de periode van de slavernij heeft diepe sporen nagelaten vooral bij de nazaten van de tot slaaf gemaakten. Binnen de Afro-Surinaamse bevolkingsgroep zijn er nog velen die worstelen met de emotionele en geestelijke
pijn van hun slavernijverleden. Nog altijd doet men onderzoek naar de onderdrukking en mishandeling die de voorouders moesten ondergaan. Een ander element dat een cruciale rol heeft gespeeld bij de ontwikkeling van ons land, was het verdeel- en heersbeleid van de kolonisator. Dit beleid heeft de onderlinge samenwerking van de verschillende etnische groepen bepaald niet bevorderd. Een samenwerking die noodzakelijk is om het land tot ontwikkeling te brengen.

Ons Gebouwd Cultureel Erfgoed
Een van de zaken die Suriname naast haar bevolking zo uniek maakt in de wereld, is het Gebouwd Cultureel Erfgoed in de Historische Binnenstad van Paramaribo.
Hoewel Suriname in 2002 met succes het deel van historisch Paramaribo waarin de oudste en meest monumentale gebouwen voorkomen, heeft laten opnemen op de UNESCO Wereld Erfgoedlijst bestaat er helaas nog te veel een ‘A NO FU MI houding’ t.o.v. datzelfde Erfgoed. Enerzijds wordt het door sommigen ouderwets genoemd. Afbreken en moderne glazen en betonnen gebouwen neerzetten is hun alternatief. Anderzijds wordt het onderhouden van dit erfgoed verwaarloosd, niet gedaan of overgelaten aan de voormalige kolonisator. Een veel gehoord argument hierbij is dat die gebouwen en die plekken niet door Surinamers zijn ontworpen en dus ligt de verantwoordelijkheid voor het onderhoud ook niet bij hen. Echter, het mag dan zo zijn dat de ontwerpen van de gebouwen en de plekken door de voormalige kolonisator zijn gedaan, het zijn wel ónze voorouders die de funderingen hebben gegraven en de planken en de stenen hebben gesjouwd! Wij Surinamers hebben dus geërfd waar onze voorouders met bloed, zweet en tranen aan hebben gewerkt! Het Gebouwd Erfgoed is dus met recht van ons! Gelukkig zijn er steeds meer personen die er zo over denken. Zij stellen dat bij de verantwoordelijken ‘intrinsieke onderhoud allergie’ de reden is voor de verwaarlozing. Als vorm van protest en verzet zijn er in het verleden branden gesticht die veel van het Gebouwd Cultureel Erfgoed in de as hebben gelegd. Laten we hopen dat deze vorm van protest nu ver achter ons ligt.


Erfgoedtoerisme als verdienmodel
Cuba ontvangt jaarlijks ongeveer 5 miljoen toeristen die o.a. het Cultureel Erfgoed komen bezichtigen. De bestedingen van deze bezoekers zijn een belangrijke bron van inkomsten voor het eiland. Curaçao ontvangt jaarlijks ruim 200.000 toeristen. Niet alleen de stranden worden aangeprezen, maar er wordt vooral trots gewezen op het Gebouwd Erfgoed. Daarmee wordt op het eiland de werkgelegenheid in de toeristische sector op peil gehouden. De stad Amsterdam haalt jaarlijks ongeveer 19 miljard euro op met de komst van bezoekers die onder andere een rondvaarttocht maken door de Amsterdamse grachten. Uit een onderzoek blijkt dat toeristen deze rondvaarten de leukste en interessantste toeristische attractie ter wereld vinden. En dan te bedenken dat deze toeristen feitelijk gebouwen zien die zijn neergezet met geld dat is verdiend met de handel in mensen vanuit Afrika! Ook beleggingen in de slavernij door de grootste belegger van De Nederlandsche Bank, mevrouw Johanna Borski, en vele anderen hebben de financiering van deze gebouwen mogelijk gemaakt. De mogelijkheden voor werkgelegenheid en daarmee inkomsten worden in ons land helaas onvoldoende benut. Vooral jullie jongeren kunnen daar verandering in brengen. Bijna alle op deze Z-Card beschreven plekken en gebouwen bevinden zich binnen de Historische Binnenstad van Paramaribo.

Kennis van en Liefde voor ons Gebouwd Cultureel Erfgoed.
Als (jonge) Surinamer is het belangrijk om te weten wie je bent, waar je vandaan komt en waar je naartoe gaat. Een belangrijke doelstelling van deze Z-Card is om vooral jongeren kennis bij te brengen van en over het Gebouwd Cultureel Erfgoed van ons land. Kennis die zal moeten leiden tot liefde voor deze plekken en gebouwen. Het gaat inderdaad ook voor een deel om de geschiedenis van Suriname en daarover bestaan er gelukkig meerdere perspectieven. De verschillende perspectieven of zienswijzen leiden tot ontwikkeling en herijking van de geschiedenis. Zo spraken wij 15 jaar geleden nog over slaven en nu over tot slaaf gemaakten en heeft het woord Neger plaatsgemaakt voor het begrip Afro-Surinamer. Duim met ons mee dat een grotere bekendheid met en kennis van het Gebouwd Cultureel Erfgoed niet alleen tot veel liefde leidt voor deze verworvenheden, maar ook tot enthousiasme om jaarlijks de week van 25 november tot 1 december uit te roepen tot de week van ons Gebouwd Cultureel Erfgoed. De regering en het bedrijfsleven sponsoren de materialen en tientallen vrijwilligers pakken met veel passie, liefde en betrokkenheid het noodzakelijke onderhoudswerk op. Wat van ons is, moeten wij koesteren, onderhouden en promoten!
Soso lobi!

Tekst: Kenneth Renfrum

Jaartallen
1667 Abraham Crijnssen verovert Suriname, op 27 februari 1712 De piraat Cassard plundert Suriname
1739 Eerste zending van Moravische Broedergemeente 1760 Vrede met de Aucanisi en
1762 Vrede met de Saamaka
1819 Pokkenepidemie eist15.000 slachtoffers 1821 en 1832 Grote branden in Paramaribo 1863 Afschaffing van de slavernij
1873 Einde van het Staatstoezicht 1954 Inwerkingtreding van het Statuut 1975 Srefidensie 25 november
1980 Militaire staatsgreep

J.C de Mirandastraat Paramaribo Suriname